Energiebesparingsplicht bedrijven: regels en aanpak
Als je bedrijf veel energie gebruikt, ben je wettelijk verplicht om besparende maatregelen te nemen. Dat is de energiebesparingsplicht. De […]
Lees gauw verder
Als je bedrijf veel energie gebruikt, ben je wettelijk verplicht om besparende maatregelen te nemen. Dat is de energiebesparingsplicht. De kern is eenvoudig: alles wat zich binnen vijf jaar terugverdient, moet je doen. De uitwerking is minder eenvoudig, want niet elk bedrijf valt eronder en de regels staan verspreid over meerdere besluiten. Hier lees je voor wie de plicht geldt, welke maatregelen erbij horen en hoe je ervoor zorgt dat je aantoonbaar voldoet.
Wat houdt de energiebesparingsplicht in?
Bedrijven en instellingen moeten alle energiebesparende maatregelen nemen die zich in vijf jaar of minder terugverdienen. De terugverdientijd reken je niet naar eigen inzicht uit, maar met een wettelijk vastgelegde methode en wettelijk vastgelegde energieprijzen. Daardoor komen twee bedrijven met dezelfde maatregel op dezelfde uitkomst.
De plicht geldt ook voor maatregelen die geen energie besparen maar wel CO₂ verminderen, zoals zelf hernieuwbare energie opwekken of overstappen op een schonere energiedrager. De regels staan onder de Omgevingswet in twee besluiten: het Besluit activiteiten leefomgeving (voor de activiteiten op een locatie) en het Besluit bouwwerken leefomgeving (voor gebouwen). Een uitgebreide uitleg vind je bij RVO.

Voor welke bedrijven geldt de plicht?
De plicht geldt voor locaties met een milieubelastende activiteit of gebouw waar het jaarlijkse energiegebruik uitkomt op 50.000 kWh elektriciteit of 25.000 m³ aardgas(equivalent) of meer. Het gaat dus om de locatie, niet om het bedrijf als geheel. Heeft een organisatie meerdere panden, dan kijk je per pand naar de drempel.
Wie is verantwoordelijk, hangt af van de situatie. De organisatie die de activiteiten uitvoert, is verantwoordelijk voor die activiteiten. De eigenaar van het gebouw is verantwoordelijk voor het gebouw zelf. Bij een verhuurd bedrijfspand zijn dat dus vaak twee partijen die afspraken moeten maken over wie welke maatregel treft.
Er zijn uitzonderingen. De plicht geldt niet voor woonfuncties, bouwwerken die geen gebouw zijn, alleenstaande gebouwen kleiner dan 50 m² en gebouwen die worden onteigend en gesloopt. Logiesgebouwen die minder dan vier maanden per jaar in gebruik zijn, vallen er ook buiten. Locaties die uitsluitend op eigen hernieuwbare energie draaien, zijn uitgezonderd, maar zodra je ook een andere energiedrager via een netaansluiting gebruikt, geldt de plicht wel.
De erkende maatregelenlijst en de onderzoeksplicht
Om het makkelijker te maken, bestaat er per bedrijfstype een Erkende Maatregelenlijst (EML). Die bevat maatregelen die doorgaans een terugverdientijd van vijf jaar of minder hebben. Voer je een maatregel van de lijst niet uit, dan moet je hem vervangen door een gelijkwaardig of beter alternatief. Doe je dat niet en ben je dat ook niet van plan, dan moet je alle maatregelen uitvoeren die binnen vijf jaar terugverdiend zijn.
Voor de grootste verbruikers geldt een zwaardere route. Bedrijven met bepaalde milieubelastende activiteiten en een jaarlijks verbruik vanaf 10 miljoen kWh elektriciteit of 170.000 m³ aardgas(equivalent) hebben een onderzoeksplicht. Voor hen geldt de EML-systematiek niet. Sommige bedrijven hebben daarnaast een EED-auditplicht, die we uitleggen in het artikel over de EED-auditplicht.
Rapporteren en toezicht
Rapporteren moet eens in de vier jaar. Maatregelen aan gebouwen meld je altijd via de informatieplicht. Maatregelen die bij de bedrijfsactiviteit horen, rapporteer je via de informatieplicht of via de onderzoeksplicht. Hoe je dat doet staat in het artikel over de informatieplicht energiebesparing.
Toezicht en handhaving liggen bij het bevoegd gezag. Voor de meeste bedrijven is dat de gemeente, voor complexe bedrijven is het de provincie. In de praktijk voert meestal de omgevingsdienst de controle uit. Die beoordeelt de rapportage en vraagt om verbetering of aanvulling als die niet voldoet.
Zo pak je het aan
- Bepaal je energiegebruik per locatie. Gebruik het meest recente representatieve jaar. Zelf opgewekte en ingekochte hernieuwbare energie telt mee, doorverkochte energie en restwarmte niet.
- Controleer of je boven de drempel zit. De Wetchecker energiebesparing van de overheid laat zien welke verplichtingen voor jou gelden.
- Zoek de EML voor je branche op en loop de maatregelen langs: welke zijn al uitgevoerd, welke niet en waarom.
- Reken de terugverdientijd uit met de wettelijke methode. Wat binnen vijf jaar terugverdiend is, hoort op je lijst.
- Voer uit en leg vast. Bewaar offertes, facturen en meetgegevens als bewijs.
- Rapporteer binnen de termijn, via de informatieplicht of Mijn RVO.
Bij gebouwmaatregelen helpt ook het energielabel van je bedrijfspand als eerste overzicht. Voor het verduurzamen zelf kun je terecht bij ons overzicht van maatregelen en prioriteiten. Wil je een tweede paar ogen op je lijst, plan dan een gesprek over duurzaamheidsadvies.
Conclusie
De energiebesparingsplicht is geen advies maar een wettelijke plicht, en de drempel van 50.000 kWh of 25.000 m³ ligt lager dan veel ondernemers denken. Wie boven die grens zit, moet maatregelen met een terugverdientijd tot vijf jaar uitvoeren en elke vier jaar laten zien wat er is gedaan. Begin daarom met je verbruik per locatie, ga de erkende maatregelen na en leg alles vast voordat de omgevingsdienst ernaar vraagt.
Aanbod ontvangen? Doe de SPOT-check.
- Duidelijk inzicht in verborgen kosten
Ontvang je een voorstel van een leverancier? Wij checken gratis en onafhankelijk of de voorwaarden écht scherp zijn.
Naar de Aanbod-check
Waar we op letten
- Contractduur en flexibiliteit
- Opzeg- en verlengvoorwaarden
- Duurzaamheidsopties & subsidies
- Prijs per kWh en m³
(marktconform?)
We lezen én begrijpen de kleine lettertjes.
Gemiddeld voordeel
10-25%Besparing bij ondernemers die hun aanbod via ons laten checken.
+1.750 bedrijven succesvol geholpen
4,8 ★ op basis van 67+ reviews
Veelgestelde vragen
Vanaf welk verbruik geldt de energiebesparingsplicht?
Vanaf 50.000 kWh elektriciteit of 25.000 m³ aardgas(equivalent) per jaar, gerekend per locatie.
Wat is de terugverdientijd waar de plicht van uitgaat?
Alle maatregelen die zich binnen vijf jaar terugverdienen, berekend met een wettelijke methode en wettelijk vastgelegde energieprijzen.
Wat is de Erkende Maatregelenlijst?
Een lijst per bedrijfstype met maatregelen die doorgaans binnen vijf jaar terugverdiend zijn. Voer je een maatregel niet uit, dan moet je hem vervangen door een gelijkwaardig alternatief.
Wie controleert of ik voldoe?
Het bevoegd gezag, voor de meeste bedrijven de gemeente. In de praktijk voert de omgevingsdienst de beoordeling van de rapportage uit.
Hoe vaak moet ik rapporteren?
Eens in de vier jaar, via de informatieplicht. Bedrijven met een onderzoeksplicht dienen hun rapportage in via Mijn RVO.